Het UBO-register en successieplanning: enkele aandachtspunten

Het UBO-register en successieplanning: enkele aandachtspunten

 

De regelgeving omtrent de registratie in het UBO-register blijft vragen uitlokken. Als antwoord hierop heeft de FOD Financiën recent op haar website een aantal verduidelijkingen ter beschikking gesteld (de “FAQ”).

 

Hieronder gaan we in op enkele aspecten van de UBO verplichtingen die van belang zijn voor familiale ondernemingen en successieplanning:

Let op, de FAQ is op 19 en 22 juli weer aangepast. Voor een overzicht van de wijzigingen zie FAQ UBO-register geüpdatet: de voornaamste wijzigingen.

  • In het geval dat aandelen gesplitst worden aangehouden in vruchtgebruik en blote eigendom, kan het voorkomen dat zowel de blote eigenaar als de vruchtgebruiker in het UBO-register moeten worden geregistreerd. Zo wordt de blote eigenaar als UBO beschouwd indien hij meer dan 25% van de aandelen in blote eigendom bezit. De vruchtgebruiker, die in principe het stemrecht uitoefent verbonden aan de aandelen, wordt eveneens als UBO beschouwd als hij meer dan 25% van de stemrechten bezit.
  • Wanneer aandelen in onverdeeldheid worden aangehouden en de drempel van 25% participatie in totaal overschreden is, moeten alle onverdeelde eigenaars worden geregistreerd als UBO, ook al zouden zij afzonderlijk minder dan 25% hebben. Dit is een aandachtspunt bij schenkingen van aandelen van een vennootschap of een maatschap wanneer men overweegt om de aandelen in onverdeeldheid aan de kinderen te schenken.
  • Ook een maatschap is een vennootschapsvorm. Het is dan ook logisch dat de regels die van toepassing zijn op vennootschappen ook op de maatschap van toepassing zijn. Dit wordt ook impliciet afgeleid uit de FAQ. Men moet de maatschap dus niet als een onverdeeldheid beschouwen.
  • Wanneer echtgenoten gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel waarbij de aandelen deel uitmaken van het gemeenschappelijk vermogen, zal hun participatie gezamenlijk worden beoordeeld, ongeacht of de aandelen op naam van één van hen of op hun beider naam in het aandelenregister zijn ingeschreven. Bijvoorbeeld als er op naam van elke partner 20% van de aandelen zijn ingeschreven, zal het totaal van 40% in aanmerking komen om te bepalen of registratie als UBO vereist is. Aangezien de drempel van 25% overschreden is, worden beide partners als (gegroepeerde) UBO’s beschouwd. Dit zou anders zijn indien 20% van de aandelen tot hun respectieve eigen vermogens zou behoren.
  • Een minderjarige die meer dan 25% van de aandelen aanhoudt, wordt als UBO geregistreerd in het UBO-register. Zijn gegevens zullen echter niet publiek toegankelijk zijn. De ouders van een minderjarige UBO zullen zelf als (gegroepeerde) UBO’s geregistreerd moeten worden, aangezien zij in principe het ouderlijk beheersrecht hebben over de goederen van hun minderjarig kind. Dit impliceert o.a. het stemrecht van aandelen.
  • De FAQ biedt geen duidelijkheid over het lot van een Belgische of Nederlandse Stichting-Administratiekantoor (STAK) en de aandelen (van een Belgische vennootschap) die bij dergelijk controlevehikel worden gecertificeerd. Er wordt wel verduidelijkt dat indien een vennootschap voor meer dan 25% wordt aangehouden door een VZW, stichting, trust, fiducie of een gelijkaardige juridische constructie of deze intermediaire entiteit meer dan 25% van de stemrechten over de vennootschap uitoefent, de UBO’s van de intermediaire entiteit, worden aangemerkt als UBO’s van de vennootschap. Het is echter niet duidelijk of men hiermee ook een STAK bedoelt, aangezien de functie van een “administratiekantoor” toch verschillend is van een gewone stichting of een trust. We namen daarom contact op met de FOD Financiën. Zij bevestigden dat een Belgische STAK dient beschouwd te worden als een stichting en een Nederlandse STAK als een juridische constructie die vergelijkbaar is met een fiducie of trust, waarvan de UBO’s bepaald worden conform de UBO’s van een trust. De UBO’s van een stichting en een trust zijn vergelijkbaar, en toegepast op een STAK, komt het er kort gezegd op neer dat de volgende natuurlijke personen als UBO worden beschouwd:
    • Bestuurder(s), dagelijks bestuurders, vertegenwoordigers;
    • Stichters;
    • Protectors (zoals een adviesorgaan);
    • Natuurlijke personen in wiens belang de stichting werd opgericht of werkzaam is;
    • Personen die via andere middelen zeggenschap hebben over de STAK.
  • De UBO’s van de STAK zullen dan ook aangeduid worden als de UBO’s van de Belgische vennootschap waarvan de aandelen gecertificeerd zijn.
  • Een belangrijke vraag is of een certificaathouder onder één van deze categorieën valt. De 4e groep komt in aanmerking. Doch slechts indien een natuurlijke persoon bij naam wordt genoemd in de statuten, dient deze persoon individueel te worden geregistreerd in het UBO-register (wat niet gebruikelijk is bij een STAK). Indien geen enkele persoon bij naam werd aangewezen, zal het de algemene categorie van belanghebbenden zijn, zoals beschreven in de statuten, die geregistreerd moet worden (bv. “certificaathouders”).
  • Ook op het niveau van de Belgische STAK zelf zullen de UBO’s moeten geregistreerd worden.  De UBO’s van de Nederlandse STAK zullen in het Nederlandse UBO-register moeten opgenomen worden. Momenteel ziet het er naar uit dat een certificaathouder met een belang groter dan 25%, daar zal moeten geregistreerd worden als UBO. Er wordt echter gepleit voor een uitzondering voor STAK’s.
  • Sinds 1 mei 2019 behoeft een Belgische STAK nog maar 1 bestuurder (voorheen 3), waardoor er in de toekomst vlotter kan gebruik gemaakt worden van een Belgische STAK.

Indien u graag meer informatie wilt of assistentie wenst bij de vervulling van uw UBO verplichtingen, kunt u steeds contact opnemen met de advocaten van EY LAW.