Bijzondere liquidatiereserve door kmo’s aangelegd voor aj. 2012-2014 geviseerd door de fiscale Administratie: blijf niet stilzitten!

De fiscale Administratie heeft een controle aangekondigd voor de bijzondere liquidatiereserve door kmo’s aangelegd voor aj. 2012-2014 en voorziet tevens de mogelijkheid om de reeds betaalde 10% belasting terug te vorderen. Kan de Administratie deze controle zomaar uitvoeren? En welke stappen dient u nu zelf al te ondernemen?

Aankondiging controle

Indien uw kmo-vennootschap gedurende aanslagjaren 2012, 2013 en 2014 een bijzondere liquidatiereserve heeft aangelegd (overeenkomstig artikel 541 WIB92), zult u hoogstwaarschijnlijk in de afgelopen weken een aangetekende brief ontvangen hebben van de fiscale Administratie.

De Administratie kondigt met deze brief aan dat ze de aangelegde bijzondere liquidatiereserves aan een controle zal onderwerpen en meer bepaald dat ze zal nagaan of aan alle toepassingsvoorwaarden van artikel 541 WIB92 is voldaan. Indien uw vennootschap de toets niet doorstaat, riskeert u aldus bij uitkering een bijkomende heffing van 30%, bovenop de afzonderlijke aanslag van 10% die reeds betaald werd bij de aanleg van de reserve.

Wij stellen ons evenwel de vraag of de gewone onderzoeks- en aanslagtermijn van 3 jaar niet reeds is verstreken en de aangekondigde controle aldus niet laattijdig en onwettig is.

Toepassingsvoorwaarden artikel 541 WIB92

Ter herinnering worden de toepassingsvoorwaarden van de bijzondere liquidatiereserve hieronder opgesomd:

  • De vennootschap wordt aangemerkt als kleine vennootschap op grond van artikel 15 W.Venn. voor het boekjaar dat verbonden is met het aanslagjaar 2013 of het aanslagjaar 2014.
  • De vennootschap betaalde ten laatste op 15 december 2015 (voor het boekjaar verbonden aan aanslagjaar 2013) de bijzondere aanslag van 10% of heeft deze ten laatste op 30 november 2016 betaald (voor het boekjaar verbonden aan aanslagjaar 2014).
  • De liquidatiereserve werd ten laatste op de datum van afsluiten van het boekjaar, waarin de bedoelde bijzondere aanslag is betaald, geboekt op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief.
  • De liquidatiereserve mag niet hoger zijn dan de boekhoudkundige winst na belastingen voor het belastbaar tijdperk verbonden met het aanslagjaar 2013 of 2014.
  • Het bedrag van de liquidatiereserve is beperkt tot het bedrag dat nog steeds in de reserves is geboekt bij het begin van het boekjaar waarin de bijzondere aanslag is betaald.
  • De aanleg van de liquidatiereserve moet gebeuren met inachtneming van de wettelijke en eventuele statutaire verplichtingen.
  • De vennootschap moet ten laatste op de datum van de betaling van de bijzondere aanslag een bijzondere aangifte ingediend hebben bij de bevoegde dienst van de administratie. Deze aangifte moet de administratie in kennis stellen van haar benaming, haar fiscaal identificatienummer, de belastbare grondslag, het tarief, het bedrag van de bijzondere aanslag en de bevestiging dat de vennootschap aan alle voorwaarden voldeed van artikel 15 W.Venn. voor het boekjaar verbonden aan het aanslagjaar 2013 of 2014.
  • De vennootschap was verplicht om bij haar aangifte in de vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbaar tijdperk waarin de bijzondere aanslag werd betaald, een kopie toe te voegen van de hierboven vermelde bijzondere aangifte.
  • De jaarrekeningen met betrekking tot het boekjaar verbonden aan het aanslagjaar 2013 en 2014 werden neergelegd bij de Nationale Bank van België voor 31 maart 2015.

 

Het verdient aanbeveling om eerst en vooral zélf na te gaan (eventueel met bijstand van uw fiscale adviseur) of deze voorwaarden destijds werden nageleefd.

Betaalde 10% heffing terugvorderen

De Administratie geeft in haar brief aan dat u binnen de 6 maanden (te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van het bericht) de reeds betaalde afzonderlijke heffing van 10% via bezwaarschrift toch nog kan terugvorderen via bezwaarschrift, indien niet aan alle toepassingsvoorwaarden werd voldaan.

Na deze 6 maanden zou de terugvordering van de betaalde belasting volgens de Administratie niet meer mogelijk zijn. Wij merken echter op dat indien de belasting van 10% onterecht werd betaald, u steeds op grond van het beginsel van onverschuldigde betaling de betaalde belasting zou moeten kunnen terugkrijgen, indien gewenst.

Actiepunten

Op basis van het voorgaande raden wij aan om eerst en vooral na te gaan in hoeverre de toepassingsvoorwaarden van artikel 541 WIB92 zijn vervuld.

Vervolgens dient te worden beoordeeld of het nodig is om reeds administratieve, dan wel gerechtelijke stappen te zetten en/of eventueel de reactie van de Administratie af te wachten.

Het EY Law Tax Controversy team bekijkt dit graag samen met u.