Wat nu. Mijn ESV is verdwenen

Het economisch samenwerkingsverband (ESV) verdwijnt wat betekent dat een bestaande ESV vanaf 1 januari 2020 invloed zal ondervinden van de dwingende bepalingen voorgeschreven in het nieuwe wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). Vanaf 1 januari 2024 zal deze rechtsvorm definitief uit het rechtsverkeer verdwijnen.

In het kader van de doorgedreven vereenvoudiging van het vennootschapsrecht beperkt het WVV het aantal vennootschapsvormen tot vier basisvormen, zijnde de maatschap, de besloten vennootschap, de naamloze vennootschap en de coöperatieve vennootschap. Een aantal vennootschapsvormen die wij vandaag kennen verdwijnen aldus, waaronder het ESV.

De redenen waarom het ESV verdwijnt is dat haar eigenheid te beperkt is ten opzichte van een vennootschap onder firma (VOF) of een coöperatieve vennootschap en er voldoende andere rechtsvormen voorhanden zijn om hetzelfde resultaat te bereiken.

Het Europese samenwerkingsverband blijft wel behouden in het WVV. Om dit internationaal samenwerkingsverband af te schaffen dienen eerst de Europese regels gewijzigd te worden.

Vanaf wanneer verdwijnt het ESV?

Het WVV treedt in werking op 1 mei 2019. Vanaf 1 mei 2019 kan geen nieuwe ESV meer opgericht worden.

Een ESV die werd opgericht vóór 1 mei 2019 kan in principe verder werken zoals voorheen met als uiterste datum 1 januari 2024. Tegen dan moet zij haar statuten aanpassen overeenkomstig de gekozen nieuwe rechtsvorm.

Het ESV die op 1 januari 2024 nog niet in een andere rechtsvorm is omgezet, wordt op die dag van rechtswege omgezet in een VOF. Binnen een termijn van zes maanden dient het bestuursorgaan de algemene vergadering bijeen te roepen met als agenda de aanpassing van de statuten aan de nieuwe rechtsvorm.

Er bestaat een nuance op voormeld principe volgens dewelke een ESV verder kan werken zoals voorheen tot 1 januari 2024. De dwingende bepalingen van de (nieuwe) VOF zijn immers reeds van toepassing op de bestaande ESV vanaf 1 januari 2020.

Daarbij wordt de aanpassing aan de nieuwe gekozen rechtsvorm ook dwingend opgelegd ter gelegenheid van een eerstvolgende statutenwijziging na 1 januari 2020. De leden van het bestuursorgaan zijn persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de schade geleden door het ESV of door derden ten gevolge van de niet-nakoming van deze verplichting.

Bovendien krijgen reeds bestaande ESV vanaf 1 mei 2019 een “opt-in” mogelijkheid. Dit betekent dat vanaf 1 mei 2019 een bestaande ESV kan beslissen de bepalingen van het WVV onmiddellijk toe te passen. Als een ESV hiervoor opteert, dient zij haar statuten aan te passen naargelang de keuze van de rechtsvorm. Het WVV is dan op haar van toepassing vanaf de dag van de bekendmaking van deze statutenwijziging.

Wat nu?

Voormelde regelgeving maakt het niet eenvoudig. Indien men niet spontaan de rechtsvorm van een ESV omzet in een overblijvende rechtsvorm onder het WVV, zal het ESV tot haar omzetting beheerst worden door twee wetboeken: het (oude) Wetboek van Vennootschappen en de dwingende VOF bepalingen onder het (nieuwe) Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

Wij raden dan ook aan om een actieve ESV reeds voor 31 december 2019 om te zetten in de rechtsvorm naar keuze zodat bovenvermelde dubbele wetgeving (zoveel als mogelijk) wordt vermeden. De omzetting in een VOF is in dit geval de meest voor de hand liggende keuze. Het grote voordeel van omvorming naar een VOF is dat de wettelijke omzettingsprocedure niet moet gevolgd worden. Men kan dus zonder al te veel kosten het nodige doen.